DNA bijeenkomst van 11 april 2014 “Kennistafels”

Jan van de Berg vertelde de deelnemers met veel enthousiasme over zijn kennistafel. Vanwege de grote belangstelling m.b.t. het onderwerp moesten er 2 sessies worden georganiseerd.

Een van de vragen had betrekking op het verdienmodel voor het gebruik van duurzame materialen omdat deze vaak duurder zijn en er vaak, ondanks de eerder uitgesproken goede wil, toch uiteindelijk vaak wordt gekozen voor het goedkopere product.

Een mogelijke oplossing voor dit dilemma kan zijn om niet alleen de beide producten te vergelijken maar dit breder te trekken door hierbij alle kosten mee te nemen gedurende de gehele gebruiksduur van het product. Hierbij komen dan aspecten zoals onderhoud, vervanging  en gebruiksgemak naar voren en blijkt dit dan wel op te wegen tegen de hogere aanschafkosten. Verder wordt er ook geëxperimenteerd met bruikleen in plaats van aanschaf, zeker als er sprake is van een projectmatige aanpak, zoals bij zakelijk onroerend goed.

Bij investeringen met betrekking tot energiebesparing wordt er ten onrechte vaak alleen gekeken naar de terugverdientijd. Dit ondanks een onzekere ontwikkeling van de energieprijzen en de toekomstige belastingmaatregelen met betrekking tot energie.

Het lijkt beter om de kosten van dergelijke investeringen en de mogelijke besparingen in de externe energievraag te beschouwen als de mate waarin men onafhankelijk is van externe factoren zoals prijsstijgingen en toeslagen. Deze mate van onafhankelijkheid kan dan worden beschouwd als een strategisch voordeel t.o.v. partijen die niet dergelijke investeringen hebben gedaan. Dit geldt ook voor renovatie en verduurzaming van bestaande gebouwen en infrastructuur.

Duurzaamheid betreft ook het behoud van werkgelegenheid en het voortbestaan van de Maakindustrie in Nederland.

Nederland is sterk in onderzoek en research op het gebied van energie en cleantech.

Veel van deze kennis is naar het buitenland verdwenen omdat ervan werd uitgegaan dat productie in Nederland te duur zou zijn.

De huidige trend is echter dat niet alleen onderzoek en research in Nederland blijven, maar ook de omzetting van deze technologie naar producten. Naast deze producten worden dan ook de bijbehorende productiemiddelen ontwikkelt. Bij opschaling van de productie kunnen dan de productiemiddelen worden verplaatst naar goedkopere productielocaties, maar blijft het merendeel van de technologische kennis in Nederland. Daarnaast zorgt een dergelijke aanpak ook voor versterking van werkgelegenheid in de machinebouw.

Ing. Jan H. van den Berg